wat is spel? speldoel

Wat is spel?

En waarom doet het wat het doet?

 

Waarom is ‘in a playful state of mind’ zo’n fijne manier van zijn?

 

Spel is een moeilijk te vatten begrip.
Al weten we ook allemaal wat er mee bedoeld wordt.
In dit artikel ontrafel ik het begrip ‘spel’ en geef ik jullie meer inzicht in het hoe en wat van spel.

Aan de hand van Peter Gray’s beschrijving uit “Free to Learn” en een recente speelactiviteit van mijn anderhalf jaar oude nichtje neem ik jullie mee.
Mee in de wonderlijke wereld van spel.

 

De 5 punten die Gray aanhoudt als omschrijving van spel zijn ook de leidraad voor dit artikel:

  1. Spel is zelfgekozen en zelfgestuurd.
  2. Spel is een activiteit waarin het proces (de manier waarop) meer waarde heeft dan het einddoel.
  3. Spel heeft een structuur of regels die niet van buitenaf zijn opgelegd, maar vanuit de spelers zelf komen.
  4. Spel is verbeeldend, niet-letterlijk, verwijderd van het ‘echte’ of ‘serieuze’ leven.
  5. Spel omvat een actieve, alerte, maar niet gestreste manier van denken.

 

 

1.Spel is zelfgekozen en zelfgestuurd

Het is wat iemand wil doen in tegenstelling tot wat iemand moet doen.
Spel is een uiting van vrijheid.

Spel heeft altijd iets van plezier in zich.
‘The joy of play’.
Dit wil niet zeggen dat er altijd gelachen wordt in spel.
Het is meer een gevoel van: ‘Ja, dit is wat ik nu wil doen.’

Dit zag ik ook heel erg bij mijn nichtje:

Een klein meisje van anderhalf jaar oud, blond haar en twee staartjes.
Ze is buiten druk in de weer met een loopfietsje.
Er op gaan zitten en dan rijden: ‘brrr, brrr’
Op een gegeven moment rijdt ze naar de schuifdeur van de serre.
Ze stapt van haar fiets en tilt het fietsje op, om hem over de drempel heen te zetten.

Ze had ook op haar fietsje buiten kunnen blijven rijden, maar aan heel haar houding was duidelijk dat ze dat nu echt wilde doen.

 

 

2.Spel is meer gestuurd door het proces dan het einddoel

Bij spel ben je intrinsiek gemotiveerd.

spelen met loopfiets
Hèt loopfietsje!

Je wil het zelf doen.
Zie ook weer het voorbeeld van mijn nichtje.
Zij koos er zelf voor om de fiets over de drempel heen te tillen.
Niemand van ons zei haar dat ze dat moest doen.

In spel is het niet noodzakelijk om op zoek te gaan naar de makkelijkste weg om het einddoel te bereiken.
Het gaat om het handelen zelf.

Mijn nichtje ook:
Ze had kunnen vragen of iemand het fietsje over de drempel heen tilde, maar dat was niet haar bedoeling.
Ze wilde dit zelf doen.
Het optillen van het fietsje was haar spel.

Zodra ze het fietsje binnen had, dan reed ze een klein stukje.
Maar vaker draaide ze meteen om en tilde het fietsje opnieuw op, om weer over de drempel te tillen naar buiten toe.
Het was heel haar doel niet om naar binnen of naar buiten te gaan met de fiets, maar het was juist de activiteit om over die drempel heen te komen.

 

 

3.Spel wordt aangestuurd door ‘mentale’ regels

Wat hiermee wordt bedoeld is dat er bepaalde denkbeelden zijn, ideeën in je hoofd, die het spel vormgeven.
Door de regels die het kind zelf heeft gemaakt of geaccepteerd is het spel gestructureerd. Dit trekt het kind juist aan in spel. Het fascineert.

Vygotsky benoemt hierbij: ‘het verlangen van het kind om te spelen is zo sterk dat het een motiverende kracht wordt om zelfcontrole te leren.’
Je bent zo betrokken bij het spel dat je andere impulsen en verleidingen weerstaat. Je wijkt niet af van jouw regels voor het spel.

Eén van de belangrijkste regels, die ook juist voor vrijheid zorgt, is dat een kind altijd vrij is om te stoppen. Je bepaalt zelf wanneer het spel klaar is.

De ‘regels’ die mijn nichtje voor zichzelf had gemaakt zouden kunnen zijn: ik moet met twee handen het fietsje over de drempel tillen, zonder dat ik het fietsje tussendoor op de grond zet. Wat precies haar ideeën waren, weet ik natuurlijk niet. Maar zoiets kan ik me heel goed voorstellen.

The ultimate freedom in play is the freedom to quit

 

 

4.Spel is verbeeldend

Er is al heel snel een ‘doen-alsof’ element in spel.
Heel duidelijk komt dit terug in het imitatiespel en fantasiespel.
Maar ook bij jongere kinderen zie je dit terug in het spel met ‘nep-drinken’ of een kopje (met niks) omdraaien en zeggen dat je nat bent.

Bij het spel van mijn nichtje is dit nog niet heel duidelijk te zien.
Ze is nog iets te jong om dat verbeeldende element in haar spel te pakken.

 

Een belangrijk aspect van dit kenmerk is ook: ‘time-in’ en ‘time-out’, zoals Gray het benoemt.

Je ziet dit bijvoorbeeld goed terug bij kinderen die symbolisch of fantasie-spel spelen.
Ze spelen een verhaaltje.
Opeens stopt er een kind, omdat hij moet plassen, voor het echt.
Op dat moment ben je ‘uit’ spel. Je bent weer in de gewone wereld.
Na het plassen kan het kind meteen weer ‘in’ het spel stappen en gaat het verder in de verbeeldende wereld.

Bij mijn nichtje had je dit bijvoorbeeld kunnen zien als ze stopt met haar til-spel en om drinken of eten vraagt.
Ze stapt dan als het ware uit haar spelwereld.

 

 

5.Spel wordt uitgevoerd in een alerte, actieve, maar niet gestreste staat van zijn

Zoals al eerder benoemd is de aandacht van een kind in spel meer gefocust op het proces dan op de uitkomst.
Omdat de wereld van spel zich buiten de ‘echte’ wereld bevindt, zonder werkelijke consequenties, wordt het kind niet afgeleid door angst om te falen.
Er is dus focus in spel.

Je bent alert, maar niet gestrest.
De focus en alertheid was ook zeker van het gezicht van mijn nichtje af te lezen.

Het spelende kind voelt zich vrij om dingen uit te proberen in de spelwereld, die in de ‘echte’ wereld te gevaarlijk of bijna onmogelijk zijn.
Even terugpakkend op mijn nichtje:

Ze staat nog niet heel erg lang los en loopt pas net.
Ze kiest zelf voor de uitdaging om met twee handen een fietsje over een drempel heen te tillen,
waarbij ze geen steun kan nemen aan de muur en zich dus ook niet op kan vangen met haar handen.
Een vaardigheid die buiten het spel misschien nog wel te veel gevraagd van haar zou zijn.
Ze heeft met het overstappen van zo’n drempel, zonder fiets, namelijk nog moeite om haar evenwicht te bewaren.

Juist in die uitdagingen ligt het plezier van spel.

Wanneer een spelactiviteit te simpel wordt, dan verliest het zijn aantrekkingskracht.
Een kind stopt dan met het spel of maakt het moeilijker voor zichzelf (past dan de ‘eigen’ regels aan).

Als kinderen vrij zijn om te spelen, dan spelen ze als vanzelf op de meest vooruitstrevende grenzen van hun mentale en fysieke kunnen.
Zo ook mijn nichtje. Compleet met rode wangen en trillende/ingespannen armpjes.

 

Deze staat van zijn, ‘the playful state of mind’, wordt ook wel vergeleken met ‘flow’.buiten spelen, herhalen

Je gaat helemaal op in je eigen bezigheid, je vergeet de tijd en waar je bent.
Je gedachten en aandacht zijn compleet betrokken bij wat je aan het doen bent.
Je bent redelijk ‘immuun’ voor afleidingen.

Dit is ook wat ik bij mijn nichtje zag.
Er gebeurde buiten van alles, maar zij liet zich er niet door storen en ging door met haar spel.

 

 

Herhaling

De focus op het proces uit zich ook door de vele herhalingen in spel.
Als je gefocust zou zijn op het einde, op een einddoel, dan zou je de actie niet zo vaak herhalen.

Ik heb het niet geteld, maar mijn nichtje is denk ik wel 20 keer de drempel over geweest, mét fiets!
Ze herhaalde dezelfde actie steeds weer opnieuw, om door te krijgen hoe het werkt.
En voor ons lijkt dan alsof ze steeds precies hetzelfde doet, maar elke poging is weer een nieuw creatief proces.
Een zoektocht naar nieuwe manieren.

 

Hopelijk heb ik je wat meer inzicht kunnen geven in de wonderlijke wereld van spel.
Ik nodig je uit om te kijken wat je hiervan terugziet bij je eigen kinderen
en ik daag je ook zeker uit om zelf vaker de flow van spel op te zoeken!

Voor tips rondom het observeren van spel verwijs ik je ook door naar mijn observeer & leer document.

 

 

Bron:
Gray, P. (2013). Free to Learn. New York: Basic Books.