Hoe kom je tot spel?

Ga maar spelen!

Een veelgebruikte uitspraak als signaal dat kinderen mogen gaan doen wat ze willen.

Je wordt vrij gelaten en je mag eigen keuzes maken. Heerlijk dat vrije spel! Onderzoeken, ontdekken en dat op je eigen tempo en eigen manier.

 

Voor sommige kinderen is de uitspraak ‘ga maar spelen’ te vrij. Ze hebben meer structuur en duidelijkheid nodig om tot spel te komen. Ik zie dit regelmatig tijdens de spelbegeleiding die ik geef aan kinderen met een beperking. Een bak met materiaal wegzetten of een kind vrij laten in een ruimte zet dan niet aan tot spel, maar geeft juist onrust.

 

Tips om je kind te helpen wél tot spel te komen.

Onder andere kinderen met autisme zijn vaak op zoek naar het functionele in het spel. Een grote bak met blokken is bijvoorbeeld te vrij. Er is niet duidelijk wat ze er mee kunnen doen. Hoe dan wel?

DUPLO bouwen op een bouwplaat geeft ook structuur.
  • Structureren van de hoeveelheid materiaal.
    Vul een kleiner bakje of mandje met blokken.
    Wanneer dit leeg is, dan is het bouwen klaar.
  • Een voorbeeld geven van wat je kunt maken met de blokken.
    Dit kan letterlijk het ‘voorbouwen’ zijn, maar ook een afbeelding kan al helpen.
  • Werken met verschillende kleuren.
    Dit geeft je kind de mogelijkheid om ook op kleuren te gaan sorteren. Door van elke kleur (beperk dit tot 3 of 4 kleuren) al een blokje neer te zetten op een bouwplaat biedt je ook nog meer structuur.

 

Bewegen!
Kinderen die een grote bewegingsdrang hebben zitten niet graag stil op een stoel. Gebruik maken van die beweging is een goede manier om wel tot spel te komen. Het inzetten van bewegen in spel kan ook heel helpend zijn voor kinderen die motorisch minder sterk zijn en juist uitgedaagd moeten worden tot bewegen.

  • Gebruik maken van de ruimte.
    Door aan de ene kant van de ruimte een bouwplaat neer te zetten en aan de andere kant een mand met blokken, wordt je kind gestimuleerd om in beweging te komen. Dit kan natuurlijk ook met allerlei andere materialen. Zoals een ballenbaan. Bij veel materialen kun je zo gemakkelijk tot een ‘match’ of ‘inpuzzel’ variant komen.
  • Uitdagen in beweging.
    De wobbel is een ideaal ‘obstakel’.

    Een aanvulling op bovenstaande tip is om obstakels toe te voegen aan de ruimte. De weg van A (ballen) naar B (ballenbaan) hoeft niet leeg of open te zijn. Het toevoegen van kussens of (lage) opstapjes geeft al snel een ongelijke ondergrond. Dit daagt kinderen motorisch uit en vertraagt hun beweging. Waar een kind normaal gesproken misschien van A naar B zou rennen en snel door de beweging is, moet het hier meer aandacht geven aan de beweging en vertraagt het zo.

  • Verzamelen/sorteren.
    Verspreid spelmateriaal van eenzelfde soort door de ruimte en ga deze verzamelen. Dit kunnen blokken zijn, maar ook ballen, knuffels, boekjes etc. Plaats een grotere bak of mand in het midden van de ruimte en ga alles daarheen brengen. Je kunt het alleen verzamelen, maar bijvoorbeeld ook sorteren op kleur of vorm als je kind dit kan. Dit kan lopend, maar door bijvoorbeeld te kruipen wordt de beweging ook weer vertraagd.

 

Bovenstaande voorbeelden gelden natuurlijk ook voor kinderen die niet of niet goed kunnen lopen. Doe het dan kruipend, schuivend op je buik of billen of via een andere manier waarop je kind zich prettig voort kan bewegen.

 

Deze tips kunnen je kind helpen om tot spel te komen. Wil je meer weten over hoe je je kind kan helpen om ook betrokken te blijven bij dit spel, lees dan mijn blog over houvast in spel.