Verandering van focus

Als je een jaar geleden tegen mij had gezegd, dat wat ik nu doe, mijn werk zou zijn, dan had ik je niet geloofd.

 

Ruim een jaar geleden (augustus 2019) startte ik namelijk mijn bedrijf Tijd voor Spel, met het idee om het vrije spel van kinderen te promoten. Ik vond dat kinderen te weinig tijd en ruimte krijgen om te spelen en dat er te weinig aandacht is voor vrij spel en wat dat voor een kind doet.
En dat vind ik nog steeds. Spel is voor mij de basis en ik ben absoluut voorstander van open eind materiaal, het liefst met een natuurlijk karakter, zodat kinderen zelf hun spel vorm kunnen geven.
Spel is voor mij niet alleen thuis, maar overal: buiten, op school, onderweg.

 

In dit korte fragment zie je hoe ik mijn kernboodschap toen formuleerde, tijdens een traject bij Sara traint.

Ik ben er nog steeds erg blij mee, want ik voel die boodschap nog steeds.

Maar mijn beeld binnen mijn bedrijf is wel veranderd. Ik richtte me namelijk vooral op de kinderen zelf (hoewel de boodschap ‘we zijn vergeten hoe we moeten spelen’ ook zeker op volwassenen slaat). En kinderen hebben het in deze wereld (helaas) niet voor het zeggen. Dat zijn hun ouders.

Hou je niet van lezen? Scroll dan naar onderen, daar vind je de video met dezelfde boodschap!

 

Dus ik heb de shift gemaakt van de focus op het spel van het kind, naar de focus op het gezin: het spel van opvoeden. Kinderen zijn namelijk niet alleen op deze wereld. Ze hebben een heel gezin, een heel systeem om zich heen. En samen met dat gezin kan ik voor een betere wereld voor het kind zorgen. Een plek voor meer ontspanning, rust en plezier. Daar is iedereen gebaat bij.

Ik heb ouders ook nodig als ik iets wil bereiken voor een kind.
Ik kan wel heel fijn aan de slag met een kind, met individuele spelbegeleiding bijvoorbeeld. Om een kind meer mogelijkheden te geven in zijn spel én ontwikkeling. Dat kan ik en daar ben ik ook goed in.
Maar wanneer ik ouders daar niet in mee neem, ze niet vraag hoe zij hun kind zien en hoe zij hun kind begeleiden. Dan sla ik de plank mis. Dan verandert er namelijk niets in de thuissituatie en dus ook niet voor het kind.

 

Daarnaast ben ik er voor om niet tegen elkaar te werken, maar juist samen te werken. Samen met ouders. Ouders kennen hun kind namelijk het beste. Zij hebben vaak aan een half woord genoeg en kunnen met hun kind lezen en schrijven. Wanneer ik een kind een eerste of tweede keer heb gezien, dan kan ik dat niet. Ik ken het kind daar nog niet goed genoeg voor.
Ik ben er ook van overtuigd dat ouders een positieve intentie hebben. Ze voeden op vanuit de beste gedachte en hun beste mogelijkheden. Ze doen wat zij denken dat hun kind nodig heeft. En dat zie ik ook terug.

 

Door samen te werken met het gezin, ontstaan er mogelijkheden.
En met de focus op het gezin, wil ik niet zeggen dat ik alleen maar focus op het kind in dat gezin.

Nee. Ik focus ook op de ouders.

Ik kijk en werk graag mee. Juist in de situaties die zo lastig zijn: tijdens het eten of naar bed gaan.
Dan voel en ervaar ik ook wat er in die situaties gebeurt.
Dat maakt het werk ook juist zo leuk, om letterlijk in de praktijk te zijn.
Daarna blik ik met ouders terug: hoe was dat voor jou? Wat gebeurde er en wat deed je? Om zo ook te kijken of er misschien andere mogelijkheden zijn.

 

Daarom ligt mijn focus dus niet meer op het promoten van het vrije spel van het kind, maar op het gezin. Want als ik dat doe, dan kan iedereen in het gezin weer vrij spelen, en niet alleen het kind.

 

Bekijk en beluister hier mijn boodschap.