Houvast in spel

Gaan spelen is één ding, maar hoe blijf je betrokken bij je spel?

Bij veel kinderen gaat dit als vanzelf, maar niet bij alle kinderen.
Wat helpt hen dan om helemaal op te gaan in hun spel?

 

Zoals beschreven in mijn blog ‘hoe kom je tot spel?’ zijn er verschillende manieren om je kind te helpen om tot spel te komen. Het aanbieden van een beperkte hoeveelheid materiaal of verdelen op kleur biedt structuur om te kunnen beginnen. Het vasthouden aan die structuur wil niet meteen zeggen dat het kind ook betrokken blijft bij het spel.

Je geeft bijvoorbeeld structuur aan het bouwen met duplo door een rood, groen, blauw en geel blokje al op de bouwplaat te zetten. Je kind komt tot spel en plaatst er blokjes van dezelfde kleur bij. Wanneer je kind een rood blokje bij of op een blauw blokje zet kun je:

  • zeggen dat dat niet hoort (je blijft bij de structuur van het kleur sorteren). Dit kan echter het spel van je kind remmen, omdat je afkeurt waar hij/zij mee bezig is. Spelen komt voort uit eigen initiatief, je kunt zelf de regels bepalen. Wanneer je als ouder of begeleider een opdracht geeft, dan doorbreek je het spel en is je kind minder betrokken.
  • je kind door laten gaan met het plaatsen van (willekeurige) blokjes. Het geeft zo zijn eigen spel vorm. De start met kleur sorteren gaf voldoende structuur om je kind tot spel te laten komen en het volgen van het initiatief van je kind helpt hem/haar om betrokken te blijven bij het spel.

 

Veiligheid

Wanneer kinderen in een nieuwe omgeving zijn, dan willen ze deze vaak eerst even onderzoeken en aftasten. Je ziet dan ook wel gebeuren dat kinderen bij hun ouders in de buurt blijven of een plekje zoeken waar ze al rustig met materiaal gaan manipuleren, maar ondertussen de omgeving in de gaten kunnen houden. Zo creëren ze veiligheid voor zichzelf, wat ze nodig hebben om tot spel te komen.

Een nieuwe omgeving kan letterlijk een nieuwe plaats of ruimte zijn. Een bekende ruimte die anders ingericht is of met nieuwe mensen kan ook een nieuwe omgeving zijn.

Een stukje ruimte afbakenen kan dan soms al voldoende zijn. Geborgenheid geeft veiligheid.

Dit kan door:

Een doos als veilige speelhaven.
  • een mat op de grond te leggen als afbakening van ruimte.
  • gebruik te maken van kussens en dekens om een ruimte knusser te maken.
    (een kussen, knuffel of deken uit het eigen bed of bed van de ouders geeft nog meer veiligheid door de vertrouwde lichaamsgeur die het bij zich draagt)
  • meubels anders te plaatsen, zodat er een hoekje ontstaat om in te spelen.
  • gebruik te maken van een grote doos. Een doos van bijvoorbeeld een wasmachine of grote vuilnisemmer is een prima speelplek. Kinderen kunnen in een doos gaan zitten en worden zo omgeven door ‘muurtjes’. Het bekleden van de wanden van de doos met bijvoorbeeld bubbelplastic geeft weer een nieuwe speelsensatie.

 

Toevoegen van zintuiglijke materialen

Meer betrokkenheid bij het spel kan ook gecreëerd worden door het toevoegen van sensopathische materialen, zoals kinetisch zand. Het geeft letterlijk meer houvast.

Ik merk dat het toevoegen van bijvoorbeeld rauwe maïs of rijst aan een bak met blokken, kinderen helpt om meer met de blokken te doen:

Verschillende mogelijkheden om te spelen met zintuiglijk materiaal.
  • Om een toren te bouwen moet je eerst de blokken tussen de maïs vandaan halen.
  • Holle blokken doen goed dienst als bakjes. Ze stimuleren tot vullen, overgieten, etc.
  • Een bak met koffiebonen geeft niet alleen een reuk- en voelsensatie.
  • Voeg een kiepauto toe en deze wordt zo volgeladen en weer leeg ‘gekiept’.

 

Wanneer je kind nog veel materiaal in de mond stopt, dan zijn koffiebonen en zand niet de meest  geschikte materialen. Ongekookte en gekookte pasta en rijst dienen dan als goed zintuiglijk speelmateriaal. Wanneer je dit kleurt met voedingskleurstof dan wordt het nog aantrekkelijker om mee te spelen en blijft het veilig als het in de mond gestopt wordt.

 

Voor kinderen met bijvoorbeeld slikproblematiek of sondevoeding waarbij het oraal binnen krijgen van eten een probleem is, dan zijn er andere alternatieven om toch te kunnen spelen met zintuiglijk materiaal. Wasnetjes kun je vullen met bijvoorbeeld ongekookte penne (pasta) of piepschuim vlokken. Het materiaal kan dan toch gevoeld worden door het netje heen, maar blijft bij elkaar en is te groot om los in de mond te stoppen.
In fijnmazige wasnetjes (bijvoorbeeld deze van Brabantia) kun je ook bonen, erwten of maïs stoppen.

 

Mocht je handig zijn met naald en draad dan kun je zelf ook pittenzakjes maken. Hier kunnen natuurlijk pitten in, maar ook allerlei andere materialen als knikkers, belletjes etc.

 

 

Materiaal en omgeving doen dus veel voor de spelbetrokkenheid.

Wil je hier meer over weten? Mail me dan op info@tijdvoorspel.nl